Bellezza e Bruttezza – Mooie en niet zo mooie handen

Hoe zit het eigenlijk met de schoonheid van handen in de kunst? Kunnen we ons nog vinden in de klassieke schoonheidsidealen?

Bij mijn bezoek aan Bellezza e Bruttezza, de nieuwe thematentoonstelling in Bozar over schoonheid en lelijkheid in de renaissancekunst, realiseer ik me dat de schoonheid van handen nog maar zelden ter sprake is gekomen in HAUTLESMAINS. Eigenlijk kwam schoonheid als zodanig nog niet zo uitvoerig aan bod, alsof er een zekere terughoudendheid bestaat om dat begrip vandaag nog naar voren te schuiven. Renaissancekunstenaars voelden zich niet geremd in hun streven naar schoonheid. Voor prachtige lijven met perfecte verhoudingen moet je bij Michelangelo, Leonardo da Vinci, Botticelli of Titiaan zijn. Naast atletisch gebouwde mannenfiguren schilderden ze ook graag vrouwelijke naakten, die als het toppunt van gratie en elegantie werden voorgesteld. Denk maar aan de vele afbeeldingen van Venus, de bevallige godin van de liefde, die in Bellezza e Bruttezza ook prominent aanwezig is.

Tegelijkertijd hadden de renaissancemeesters ook oog voor het tegenovergestelde van schoonheid. Precies dat spanningsveld tussen het schone en het lelijke vormt het uitgangspunt van de tentoonstelling in Bozar. In het spoor van Leonardo Da Vinci en Dürer gaan kunstenaars steeds vrijer om met de klassieke schoonheidsidealen uit de Griekse en Romeinse oudheid. Zij streven naar een meer waarheidsgetrouwe weergave van de natuur in al haar diversiteit. Onvermijdelijk komen meer onvolmaaktheden en voorstellingen van lelijkheid aan bod.

De welsprekende vingers van Pomona (1)

Het schilderij “Pomona” uit 1565 van Frans Floris de Vriendt, dat spontaan aan Belle en het Beest doet denken, werd als affichebeeld voor Bellezza e Bruttezza gekozen. Het leek me de gedroomde testcase om na te gaan welke schoonheidsidealen voor handen in de renaissancekunst te ontdekken zijn.

Een beeldschone, halfnaakte blonde vrouw met pronte borsten en een volmaakt profiel kijkt over haar schouder naar een monsterachtig wezen met hoornachtige uitgroeisels op zijn voorhoofd. Het contrast tussen haar ideale gelaatstrekken en zijn groteske fysionomie kan nauwelijks groter zijn. Zij is het geïdealiseerde beeld van schoonheid, hij een karikatuur van lelijkheid. Is die frappante tegenstelling tussen hen ook af te lezen van hun handen? Pomona heeft bleke, gracieuze handen die passen bij haar verfijnde uiterlijk. Ze heeft lange, slanke vingers en verzorgde nagels.  De hand van de sater is donkerder en de huid lijkt ruwer of misschien wel vuiler. Maar al bij al wijkt zijn hand niet zo sterk af. Ik zie er toch niet meteen iets dierlijks of monsterlijks in.

Als je goed kijkt, krijg je al snel het gevoel dat de handen hier veel meer uitdrukken door wat ze doen dan hoe ze gevormd zijn. De sater wijst naar zichzelf, naar de hoorns op zijn voorhoofd. De richting van zijn vinger stuurt onze blik en verduidelijkt wat Pomona ziet. Ook haar handgebaren dragen bij aan ons begrip van het tafereeltje. Met de slanke vingertoppen van haar rechterhand raakt ze een groente aan in een boordevolle mand. In haar linkerhand houdt ze een overvolle tas waaruit rijp fruit rolt. Pomona, de godin van de groenten en boomvruchten, belichaamt vruchtbaarheid en overvloed. Haar handen onderstrepen dat.

Kunnen we hier nog andere betekenissen aflezen van de handgebaren? Mogen we bij de uitgestrekte vinger van de sater en de kietelende vingers van Pomona erotische associaties of seksuele toespelingen veronderstellen? Worden die ondersteund door de groenten met fallusvormen? Je krijgt op de tentoonstelling vaak het gevoel dat de kunstenaars gul zijn met dubbelzinnigheden. Al blijft het onzeker of we dat juist aanvoelen, want we zijn niet noodzakelijk  met de symbolische beeldtaal uit die tijd vertrouwd. De gebarentaal die te zien is op kunst van de late 15de en 16e eeuw is als codetaal soms even weinig vanzelfsprekend als die van sommige hedendaagse handemoticons.

Natuurlijk vrouwelijk schoon

Bellezza e Bruttezza presenteert de renaissance als een scharnierperiode, een keerpunt in de weergave van mooi en lelijk. Waar schoonheid voordien werd gedefinieerd in termen van geometrische schema’s en wiskundige verhoudingen, ontstaat al in de vroege renaissance een groeiende behoefte aan herkenbaarheid. Anders dan in mythologische of bijbelse taferelen moeten portretten van machthebbers en publieke figuren lijken op wie ze voorstellen. Ook dat leidt tot een nauwkeurigere weergave van het individu, inclusief mogelijke onvolmaaktheden. De natuur is nu eenmaal veelzijdiger dan schoonheidsregels en conventies.

Neemt niet weg dat er ook in de natuur adembenemende schoonheid te vinden is. Zo gold Simonetta Vespucci met haar weelderige, goudblonde haar en porseleinachtige huid als de mooiste vrouw van haar tijd. Sandro Botticelli liet zich door haar inspireren voor verschillende Venus-figuren. Op de tentoonstelling is (hoogst uitzonderlijk!) zijn Allegorical Portrait of a Woman (ca. 1490) te zien, waarvoor ze vermoedelijk ook model stond. (2)

Als ik haar handen met lange, slanke vingers bekijk, verrast het me dat de nagels hoekig zijn waar je afronding zou verwachten. Maar dan zie ik iets dat me nog meer verrast. Ze omvat met haar vingers een ontblote borst en laat een melkstraal recht uit haar tepel spuiten. Blijkbaar verwijst dat naar een bekend renaissancemotief: de Maria Lactans, Maria die het kindje Jezus zoogt. Moedermelk staat hier symbool voor voeding, zorg en moederschap.

Ha, een lesbisch tafereel!

Ik heb me in de tentoonstelling vaak afgevraagd hoe ik naar de beelden kon kijken zonder in de val van anachronistische interpretatie te trappen. Ik zou daarin zeker de eerste niet zijn. In het Louvre in Parijs hangt een schilderij dat bekendstaat om de misverstanden die het oproept. (3) Het dateert uit het laatste kwart van de 16de eeuw.  Twee jonge, naakte vrouwen zitten samen in een badkuip: de vrouw aan de linkerkant knijpt in de rechtertepel van haar buurvrouw. De vrouw rechts toont een ring in haar linkerhand. ‘Ha, een lesbisch tafereel!’ is vaak de eerste reactie. Maar dat is historisch onjuist. Het gaat hier om Gabrielle d’Estrées, maîtresse van Hendrik IV, en haar zus Julienne. Het gebaar van het  tepelknijpen symboliseert zwangerschap. Ook hier weer verwijst de borst naar moedermelk. Op de tentoonstelling in Bozar is een voorloper van dat beroemde dubbelportret te zien :  “A Lady in her bath” van François Clouet. (4)

Verwijst elke sierlijke vrouwenhand die een appel vasthoudt automatisch naar de zondeval, zoals in de ‘Vrouw met appel’ van Titiaan (5)?

Wat betekent het als een voorname dame met haar ene hand een marter vasthoudt en met de andere haar gouden ketting zoals in ‘Portret van een dame’ van Bernardo Luini (6)?

Maakt elke Venus die haar hand in de buurt van haar borst houdt noodzakelijk een schaamtegebaar zoals de ‘Venus’ van Lorenzo di Credi (7)?

Is elke opgeheven vinger een fallussymbool zoals in het ‘Vrolijk gezelschap’ van Jan Massys (8)?

Handensymboliek

De boeiende tentoonstelling met meer dan 90 werken van kunstenaars uit Italië en de Lage Landen bewijst in ieder geval dat handgebaren in de renaissancekunst een rijk en uitdagend onderwerp op zich vormen. Handen zijn meer dan anatomie of esthetiek: ze dragen betekenis, sturen het verhaal en openen ruimte voor interpretatie.

Lang niet alle handensymboliek is trouwens door de eeuwen heen even ondoorzichtig geworden. In de prachtige reeks ‘ongelijke echtparen’ van Lucas Cranach de Oude spreken de handgebaren nog altijd boekdelen over de relatie tussen de tegengestelde figuren. In het dubbelportret van de jonge deerne met de grijsaard grijpt haar onderste hand in zijn geldbuidel, terwijl de zijne haar vastklemt. (9)

Is het nodig om je eerst in te lezen in Renaissance-iconografie om van Bellezza e Bruttezza te genieten? Helemaal niet! De soms zelden getoonde pareltjes van Botticelli, Titiaan, Da Vinci, Cranach de Oudere, Quinten Massijs en zelfs Pieter Bruegel de Oude hebben de eeuwen niet voor niets doorstaan. Ze spreken nog steeds tot de verbeelding. Tegelijkertijd nodigt de tentoonstelling uit om dieper in de kunstgeschiedenis te duiken. Wie weet vindt het resultaat daarvan binnenkort opnieuw zijn weg naar mijn blog.