Net voor het einde van de tentoonstelling bracht ik nog een bezoek aan A Confrontation at the Zoo in Voorlinden. Sommige handelingen in de schilderijen trekken zo sterk de aandacht dat ik er alsnog mijn gedachten eens over wilde ordenen.
Het ontbreekt in Borremans’ werk niet aan handen of handgebaren. Sterker nog: ze lijken vaak een sleutelrol te spelen. Maar waar staan ze voor? Welke emoties drukken ze uit? Welke betekenissen roepen ze op? Kunstenaars voorzien hun werk zelden van een handleiding — en Borremans al helemaal niet. Ik begeef me dus op glad ijs door me aan deze vragen te wagen, maar — op het risico van enkele uitglijders — doe ik het toch.
Red Hand, Green Hand (1) is ongetwijfeld een van Borremans’ meest iconische schilderijen met handen. Het toont een close-up van twee handen die lijken te zweven boven een ongedefinieerd, neutraal oppervlak. De linkerhand is groen, de rechterhand rood — of omgekeerd vanuit het standpunt van de kijker. Het lijken vrij kleine, vrouwelijke handen. Ze zijn bedekt met een gelachtige substantie en glanzen in het licht.
Door het ontbreken van context denk je aan een stilstaand beeld uit een film waarvan het verhaal onbekend blijft. We kunnen alleen maar veronderstellingen maken.
Wat doen deze handen?
Hoewel Borremans figuratief schildert en we duidelijk zien wat er wordt afgebeeld, blijft het onmogelijk om echt de vinger te leggen op wat we zien. Het is alsof iemand een taal spreekt waarvan je de woorden kent, maar ze worden niet in de gangbare betekenis gebruikt. Het is verleidelijk om naar een sleutel te zoeken om deze raadselachtige codetaal te kraken. Maar bestaat die wel?
De contrasterende kleuren rood en groen roepen op zich al allerlei associaties op. Rood doet spontaan denken aan bloed (of aan tomatenketchup in een film), maar ik kan niet meteen iets bedenken waardoor een hand sapgroen zou worden. Ik houd het dus op verf of schmink.
Ik stel me voor hoe een model in de studio haar beschilderde handen uitstrekt om het effect van kleur en textuur te onderzoeken. Maar dat is nogal letterlijk gedacht. Het gebaar roept ook iets geheimzinnigs op, iets ritueels – een handoplegging of een séance met een medium.
De tentoonstelling in Voorlinden benadrukte de afstandelijkheid van Borremans’ werk: “Fysiek en mentaal zet de kunstenaar je telkens op afstand, in de verdediging.” Dit leidt tot vervreemding, maar ook tot blijvende fascinatie.
In Fire from the Sun (2) vinden we een van de meest sinistere voorstellingen van een hand. Borremans schildert een reeks mollige peuters die echter helemaal niet zo schattig zijn als je van zo’n engelachtige, blonde wezentjes zou verwachten. Hun naakte lijfjes zijn besmeurd met iets griezelig roods. Ze gaan helemaal op in een spelletje met afgehakte ledematen, waaronder een volwassen mensenhand. Hoewel ze geen vleugels hebben, doen de kereltjes denken aan putti of cherubijnen uit de renaissanceschilderkunst. De neutrale, beige achtergrond heeft dan weer iets weg van een studiodecor. Ook hier weer laat het gebrek aan context ruimte voor uiteenlopende interpretaties, maar één ding is wel duidelijk: we zien hier geen Rousseauaanse, geromantiseerde voorstelling van onschuld.
Bij Borremans heb ik vaak het gevoel dat hij naar waarneming schildert en ons daarbij meeneemt achter de coulissen. Zijn werk roept vragen op over wat er in het atelier gebeurt: hoe wordt er geposeerd, hoe worden taferelen in scène gezet. In hoeverre is de kunstenaar observator, in hoeverre regisseur?
De meeste van zijn houdingen zijn erg statisch, maar hoe zit dat met rondrennende of gehurkte peuters? Hoe schilder je die naar waarneming? Of, ook intrigerend: hoe schilder je een afgehakte hand naar waarneming? Gebruik je anatomische boeken met medische foto’s? Of ligt het antwoord vooral in de kunstgeschiedenis, waar je talloze voorbeelden vindt van afgehakte hoofden en ledematen — denk alleen al aan bijbelse taferelen met Johannes de Doper of Bartholomeüs.
Van sommige oude meesters is bekend dat ze kadaverstukken gebruikten om naar waarneming te schilderen. Maar geen paniek: we mogen er gerust van uitgaan dat Borremans dat niet heeft gedaan.
Trouwens, hij bespaart ons uiteindelijk heel wat bloederige details. De huid is niet loepzuiver weergegeven, de wonde evenmin. Het bloed — of wat het ook mag zijn — blijft onbestemd. De vingers lijken zelfs nog te leven. Fotorealisme is hier ook helemaal niet nodig: Borremans weet hoe hij de kracht van de verbeelding kan inzetten. Suggestie werkt vaak afschrikwekkender dan realisme.
Louter voor het plezier van vragenlijstjes: nog enkele volkomen onbeantwoordbare vragen, geïnspireerd door de bizarre handelingen in Borremans’ suggestieve en zorgvuldig geconstrueerde schilderijen.
- Waarom legt een jonge vrouw in een strak rood T-shirt (of in vijf gedempte tot overbelichte kleurvarianten) haar handen in een vreemde houding boven en/of op een ei? (3)
- Waarom wil een vrouw in een groene jurk haar eigen hand opeten? (4)
- Wat doet een vrouw die verkleed is in een vreemd rozig (met veel verbeelding: huidkleurig) kostuum precies met haar handen? En waarom zitten die in een soort wanten? (5)
- Is de jongen met de brave haarbles en keurige sweater een acteur die zich met aandoenlijke ernst probeert in te leven in de onwaarschijnlijke rol van een heks door een heksengebaar te maken? (6)
“Het enige thema dat je in mijn schilderijen zou kunnen ontwaren, is het thema van het onechte,” zei Borremans in een interview.
En toch is zijn werk — zelfs zonder echte antwoorden op de vele raadsels dat het stelt (of misschien juist niet echt stelt?), zelfs zonder echte boodschap, zonder echt thema, zelfs als we aannemen dat hij ons ook een beetje voor aap zet — zonder enige twijfel echte kunst.