Dave Eggers- verdoezelde handen in de roman Contrapposto

Zou er echt een boek bestaan over verborgen handen in de kunst? In de nieuwe roman Contrapposto van Dave Eggers beweert Olympia, een van de twee hoofdpersonages, dat ze zo’n boek geschreven heeft. Ze heeft zich verdiept in kunstenaars die doorheen de geschiedenis handen verdoezelen of er niet in slagen ze goed weer te geven. Haar manuscript is nog niet gepubliceerd; ze denkt nog na over de titel. “You don’t think I can call it Slight of Hand, do you? Slight without the e?”, vraagt ze aan haar tegenspeler Cricket. (In het Engels klinken sleight en slight hetzelfde: een sleight of hand is een handentrucje, terwijl slight of hand, – op het eerste gezicht een spellingfout -, ook zou kunnen wijzen op een veronachtzaming van de hand).

Een publicatie over verdoezelende handigheden lijkt me op zich een mooi onderwerp voor mijn handenblog, maar dat staat los van Dave Eggers. Binnen de logica van een roman is het niet relevant of iets daarbuiten echt bestaat. Toch trof het me dat je je ook binnen de fictie van Contrapposto kunt afvragen of Olympia dat boek nu geschreven heeft. Ze is als personage allesbehalve doorzichtig en zeker niet alles wat ze zegt, is letterlijk te nemen. Maakt ze gewoon een spitsvondig bedoeld grapje?

Een roman is geen toevallige of natuurlijke aaneenschakeling van gebeurtenissen.  De auteur ordent het verhaal. In Contrapposto gebeurt dat zelfs opvallend planmatig. Eggers kiest voor een lineaire, chronologische structuur: zeven hoofdstukken die zeven decennia bestrijken. Wanneer Olympia haar boek met de dubbelzinnige titel ter sprake brengt, zijn we bijna aan het slot gekomen, een cruciale fase waarin we binnen een klassieke plotstructuur een climax en ontknoping verwachten. Tegen dan hebben we Olympia zestig jaar kunnen volgen als een visionaire kunstprofessional die de kunstwereld vanaf haar eigen intellectuele Olympus overschouwt. (Haar naam lijkt in dat opzicht goed gekozen). Cricket, de tekenaar wiens carrière ze probeert te sturen, staat veel aardser in het leven: hij is degene die met zijn handen maakt.

Cricket kan Olympia’s allusies en geestigheden niet altijd volgen, en voor het geval hij iets gemist zou hebben, suggereert ze nog een alternatieve titel voor haar boek: “How about Never Forget the Bones? Only you and Carpenter would understand.” De hint voor Cricket is tegelijk een hint voor de lezer, die nu wel moet beseffen dat de passage al voorbereid was.  Ik herinnerde me op dat moment enkele scènes waarin handen al eerder direct of indirect een rol speelden. Ik kom hier later op terug.

Wat ik eigenlijk wou zeggen, is dat ik helemaal niet speciaal op handen aan het letten was bij het lezen van Contrapposto. Maar bij de passage over het handenboek kon ik niet anders dan merken dat het handmotief consequent door de roman geweven is. Op het eerste gezicht een interessante ontdekking voor iemand die een blog schrijft over handen in de kunst, maar mijn enthousiasme werd getemperd. Uitgerekend dat handenmotief kwam op me over als een symptoom van een gekunstelde, overgeconstrueerde roman.

Ik was met hooggespannen verwachtingen aan Contrapposto begonnen. In recensies werd de roman geprezen als een weergaloze satire op de kunstwereld. Daarbij komt nog dat Eggers zelf een achtergrond als beeldend kunstenaar heeft: hij studeerde kunst, gaf er les in en had na zijn literaire doorbraak nog solotentoonstellingen. Contrapposto bevat ook tekeningen van zijn hand. Dat is op zich al opmerkelijk, maar nog opmerkelijker is dat die tekeningen binnen de fictie worden toegeschreven aan een uitzonderlijk getalenteerd personage.

Ook de titel leek me vooraf veelbelovend.  Contrapposto verwijst als kunsthistorische term naar een houding waarbij een figuur zijn gewicht op één been laat rusten, terwijl het andere ontspant. Die asymmetrie zorgt voor spanning en dynamiek. Achteraf gezien, levert de roman heel wat argumenten om die titel metaforisch en programmatisch te lezen. Eggers zoekt naar een vorm van evenwicht in een emotioneel en turbulent verhaal: dat van twee tegenpolen, Olympia en Cricket, die elkaar aantrekken en afstoten. Ook de namen van de personages passen in die opzet. Dit is niet zomaar een meeslepend verhaal; de roman toont voortdurend zijn eigen constructie en functioneert als een ideeënroman vol reflecties over kunst, kunstenaarschap en de kunstwereld. De lat ligt daarmee tamelijk hoog. Het resultaat kan een equivalent zijn van Michelangelo’s David,  maar evengoed een verkrampte reus.

Soms voelde ik al een lichte kramp in de plot, die zich bij momenten in onwaarschijnlijke, melodramatische bochten wringt. Ondanks de vele seksscènes heeft het soms ook iets weg van een romantische tienerroman.

In grote lijnen krijgen we dit: de jonge Cricket groeit op in armoedige en gewelddadige omstandigheden in Indiana, maar blijkt een uitzonderlijk tekentalent te hebben. Olympia, een bijdehand meisje uit een hogere klas, herkent zijn talent. Ze geeft hem zijn eerste kunstzinnige ‘opdracht’: op  houten speeltuigen moet hij in kalligrafisch schrift rijmpjes aanbrengen. Wat hij niet weet, is dat die allemaal een dubbele bodem hebben en naar masturbatie verwijzen.

Vanaf dat moment duikt Olympia telkens weer onverwacht in zijn leven op, met nieuwe opdrachten waarvan hij de achterliggende bedoeling niet altijd doorziet. Hij is zo verliefd dat hij alles doet wat ze van hem vraagt, zelfs nog wanneer hij al 74 jaar oud is.

Zijn professionele parcours is niet alledaags. Hij sorteert schroeven in een galerie in Chicago, werkt als scheepssloper in Turkije en reproduceert beroemde schilderijen voor toeristen in Thailand. Uiteindelijk runt hij een eigen atelier met modelklassen vlak bij de Notre-Dame in Parijs.

Deze wonderlijke omzwervingen lijken vooral bedoeld om ons een inkijk te geven in verschillende facetten van de kunstwereld. Cricket belandt telkens weer in situaties waarin zijn talent niet naar waarde wordt geschat. Op de kunstacademie worden technisch begaafde studenten afgekraakt, terwijl pseudo-intellectueel jargon wordt toegejuicht. In de kille galerie in Chicago komt het publiek niet eens opdagen voor de pretentieuze, abstracte kunstwerken die hij moet bewaken. De medestudent die uitblonk in woordkramerij groeit uit tot een grote naam, die tientallen mensen voor zich laat werken, maar zelf niets maakt.

De satire is duidelijk, maar ze heeft me zelden echt aan het denken gezet. Daarvoor blijft ze te vaak steken in clichés. Naast karikaturale kunstsnobs voert Eggers ook sympathiekere personages op die zich verzetten tegen de dominante, conceptuele kunstpraktijk. De belangrijkste is Carpenter, een bijna gepensioneerde academiedocent die pleit voor figuratieve kunst. Hij fulmineert tegen een kunstopleiding waarin ideeën en woorden de plaats innemen van kunde en maken, en waarin theorie het haalt van praktijk. Op zijn boerderij organiseert hij sessies modeltekenen, waar hij zijn studenten (waaronder Cricket)  bijbrengt dat kunst maken iets anders is dan kunst uitleggen.

De tegenstelling tussen bedenken en maken, tussen concept en hand brengt me terug bij het handenmotief en de “voorbereidende” passages over handen in de roman.

In hoofdstuk II neemt de vroegrijpe Olympia Cricket mee naar een paardenrenwedstrijd, waar ze hem wijst op de tekenkunst van Degas, met wie hij zich als tekenaar volgens haar verwant zou moeten voelen. Ze somt op dat Degas uitblonk in paarden, ballerina’s én vloeren, waarna ze aan Cricket vraagt:  “How are you with hands?” Cricket geeft aan die vraag een eigen invulling. Hij fantaseert dat hij haar handen op zijn lichaam voelt. Ook Olympia blijft verdiept in haar eigen gedachten: “I don’t like my hands, Stuart says they’re stubby. What do you think?” wil ze weten. Waarop ze hem haar handen laat zien en er een op zijn knie legt. Cricket voelt meteen een golf van opwinding, maar de hand verdwijnt snel. “Then it was gone, hidden under the folds of her skirt”, stelt hij tot zijn spijt vast. Olympia zit nog altijd met Degas in haar hoofd. “Degas made all hands look dainty. He was good at that”, beweert ze. Ze lijkt zich af te vragen of Cricket haar handen ook verfijnd en fragiel zou kunnen tekenen. De esthetiek van handen is op dat moment echter het laatste van zijn zorgen: “All Cricket wanted in the world was to have her hand again on his knee.” Of je dat als lezer grappig vindt, hangt misschien af van je eigen ervaringen, maar in ieder geval beantwoordt alles aan de programmatische opzet : Olympia denkt en verwoordt, Cricket voelt.

In hoofdstuk V is de context zwaarder. Olympia heeft kanker en wil voor Cricket poseren. Ze maakt het hem moeilijk door voortdurend te blijven praten en bovendien wil ze niet dat hij haar handen tekent: “Don’t do my hands. I told you that.” Cricket probeert haar ervan te weerhouden om beroemde poses uit de kunstgeschiedenis aan te nemen; hij wil haar als zichzelf vastleggen. Daar slaagt hij maar ten dele in: “It looked good, but it was not Olympia.” Menig kunstliefhebber zal bij deze passage aan een beroemde naamgenote denken: de Olympia van Manet. Manets schilderij maakte ophef omdat hij zijn vrouwelijke naaktmodel niet als een traditionele,  liggende Venus voorstelde maar als een zelfverzekerde Parijse courtisane die ons vanaf het doek schaamteloos aankijkt. Het lijkt erop dat Cricket een Olympia zoals Manet wil schilderen. Maar hij raakt niet verder dan een zwevend hoofd in profiel, hetzelfde hoofd dat bij sommige edities van Contrapposto ook op de cover te zien is.

Ik wil de roman niet reduceren tot een schema, maar een en ander ligt er toch nogal dik op. Olympia als een zwevend hoofd, als bedenker en curator. Cricket als hand, als tekenaar en maker. Het “speelbeen” en het “standbeen” van de contrapposto.

Ook de titel Slight of Hand sluit hierbij aan. Het is niet zozeer een onschuldige woordspeling, maar een soort meta-titel van een boek in het boek, een mise en abyme. Dat trucje genereert meteen een oneindige stroom reflecties over de inhoud, de vorm en de boodschap van het verhaal. De gimmick die kunstenaars gebruiken om handen te verbergen zit al in de titel zelf. Hij zit ook in het verhaal wanneer Olympia haar handen in de plooien van haar rok verbergt.

Wat is hier nu aan de hand? Komt Olympia tot een moment van zelfinzicht in haar scheefgelopen relatie met Cricket? Realiseert ze zich wat er scheef zit in een kunstwereld waarin de hand veronachtzaamd wordt?

Tussen alle mogelijke interpretaties door wordt voor mij één conclusie onvermijdelijk. De roman focust volledig op de ervaringen van het miskende tekentalent Cricket. Auteur Dave Eggers kruipt dicht onder de huid van dit personage door zijn eigen tekeningen te integreren, maar toch redden maker én personage het niet zonder de vurig begeerde Olympia. Het verhaal over de levenslange vriendschap, lust en liefde tussen twee tegengestelde kunsttypes kreunt onder de intellectuele en conceptuele ambities. Ongewild doemt het beeld op van een kunstenaar die op spitsvondigheden terugvalt om iets anders te verdoezelen. Toch niet helemaal een contrapposto volgens de regels van de kunst.