Anya Janssen – de handen van god en het kwaad

Tijdens een recent bezoek aan SkinDeep, een groepstentoonstelling gecureerd door kunstenares Cindy Wright in de Belgian Gallery, werd onze aandacht onmiddellijk getrokken door handen. Niet toevallig: het grote handenportret van Anya Janssen, The Hands of God and Evil 1 (180 x 150 cm), is het eerste werk dat je ziet als je binnenkomt. Of beter: eerst zie je de reflectie ervan in een grote spiegel. Je draait je automatisch om en staat oog in oog met het schilderij zelf.

We vonden het meteen een indrukwekkend beeld. Het gebaar roept bekende beelden uit de kunstgeschiedenis op: biddende handen, gevouwen handen op een sterfbed. Maar tegelijk heeft de voorstelling, met het opmerkelijke detail van een metalen polshorloge, iets bevreemdends, zelfs licht ontwrichtend.

Op het eerste gezicht is het tafereel zacht. De bleke huid steekt af tegen een lichte, blauwachtige achtergrond van lakens. Op sommige plaatsen zijn de contouren wat vaag. En toch krijgt het beeld onmiddellijk ook iets scherps. De huidplooien, nagels, verkleuringen en oneffenheden in de huid, de gewrichten, aders, bloedvaten en schaduwen zijn met grote precisie weergegeven. Je kunt het bloed bijna voelen onder de huid: de materie waarvan een mens gemaakt is.

Ook de compositie versterkt de spanning tussen zachtheid en scherpte. De handen zijn extreem dichtbij gebracht en het kader is zo krap dat ze zelfs niet volledig in beeld zijn. Daardoor lijkt alles nog uitvergroot.

Plots begon me iets anders op te vallen. Hoe langer ik keek, hoe meer ik begon te letten op de ongewone verstrengeling van de vingers, de vreemde manier waarop de handen in elkaar grijpen, waarbij je zelfs zou kunnen denken dat er meer dan twee handen te zien zijn. Op den duur bleef mijn blik haken aan één wijsvinger, rechts in beeld, die niet echt leek te horen bij de handen die ik voor me had. Zat er misschien meer achter dan een klassiek paar biddende of rustende handen? De titel The Hands of God and Evil 1 maakte die indruk alleen maar sterker.

Ik besloot aan kunstenares Anya Janssen zelf te vragen of er een bepaalde gedachte of bedoeling zat achter die ene vinger. Dat bleek niet zo te zijn. Wel vond ze dat de vraag een antwoord verdiende.

Zoals ze zelf zegt: “Blijkbaar kan een detail dat voor mij tijdens het schilderen geen bijzondere betekenis had, bij een kijker toch iets in beweging zetten. Dat vind ik interessant: het schilderij kan zich blijkbaar op een andere manier gedragen dan ik het zelf heb bedoeld.”

Achter haar beeld van handen, zo maakt Janssen duidelijk, schuilt wel een specifiek, opmerkelijk verhaal.

The Hands of God and Evil 1 maakt deel uit van The House, een serie die ze in 2013 maakte naar aanleiding van een huis waar ze ooit woonde. “Het huis en het park hadden een gelaagde geschiedenis: eerst woonde er een welgestelde Arnhemse familie, vervolgens werd het een klooster van de Zusters van Liefde en later het hoofdkwartier van de SS. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de villa door een bombardement verwoest.”

Janssen wilde die verschillende geschiedenissen niet als opeenvolgende gebeurtenissen verbeelden, maar als iets wat tegelijk op een plek aanwezig kan zijn: “Ik ben overtuigd dat herinneringen en gebeurtenissen blijven rondwaren in fysieke locaties, een genius loci.” Het verleden verdwijnt volgens haar niet helemaal, maar kan zich opnieuw aandienen in het heden, als een soort déjà-vu.

Over de handen zelf zegt ze:

“Op dit schilderij zie je twee bleke handen, ineengevouwen als in een gebed. Voor mij verwijzen ze naar de twee uitersten die het huis ooit hebben bevolkt: de nonnen en de SS’ers, het ‘goede’ en het ‘kwade’.”

Maar juist die tegenstelling wil Janssen niet als een vaststaand gegeven presenteren. Ze vervolgt:

“Van wie zijn deze handen? Van iemand die bidt, van iemand die gehoorzaamt, van een slachtoffer of van een dader? Waar eindigt het ene en begint het andere?”

Ze verwijst naar Hannah Arendt en haar begrip van de banaliteit van het kwaad: het idee dat het kwaad niet noodzakelijk voortkomt uit monsters of uitzonderlijke figuren, maar ook kan ontstaan binnen het alledaagse, wanneer mensen hun eigen handelen niet werkelijk kritisch bevragen. Het maakt voor Janssen “de grens tussen goed en kwaad ongemakkelijk en fluïde: Het confronteert ons met de mogelijkheid dat mensen niet eenvoudig in categorieën van goed en kwaad zijn onder te brengen”.

Precies die onbepaaldheid geeft de handen hun lading. “Ze kunnen een gebed verbeelden, maar ook gehoorzaamheid, overgave of schuld. Hun bleke, bijna tijdloze verschijning maakt het bovendien moeilijk om ze aan één persoon of één periode toe te schrijven. Ze worden een soort tijdsbeeld waarin verschillende momenten uit de geschiedenis van het huis samenvallen”, aldus de kunstenares nog.

Anya Janssen, The hands of God and Evil1, 2014, 180x150cm. 

Nog te zien tot 15 oktober 2026 in de tentoonstelling Skindeep in de Belgian Gallery naast werk van Silvia B., Renato Nicolodi, Klaus Verscheure en Cindy Wright (curator).

www.belgiangallery.com

Foto’s: Marleen Daniëls