De hand als mal

Interview met Trees De Mits

Als er iemand veel te vertellen heeft over handen in de kunst, dan is het Trees De Mits wel. “Jullie project is me zo op het lijf geschreven”, liet ze ons weten naar aanleiding van HAUTLESMAINS. Handen spelen dan ook een grote rol in haar werk, dat sterk doordrongen is van lichamelijkheid, zintuiglijkheid en intimiteit. Bovendien verzamelt ze ook al jaren beelden van handen, die ze bewaart in een omvangrijk digitaal archief. Trees is niet alleen beeldend kunstenaar, maar ook in hart en nieren onderzoeker, lesgever en curator. Met zichtbaar enthousiasme en grote gulheid deelt ze met ons haar eigen werk én haar uitgebreide kennis van andere kunstwerken waarin handen een rol spelen.

Witte porseleinen lichaamsdelen

Al vroeg in haar kunstenaarscarrière werd het menselijke lichaam voor haar een bron van inspiratie. Dat lijkt niet helemaal toevallig als je weet dat ze voordien in een ziekenhuis werkte. Toch was het niet onmiddellijk een bewust gekozen thematiek. “Die handen zijn op een rare manier in mijn werk gekomen nadat ik was afgestudeerd”, vertelt ze.

Ze startte pas aan haar opleiding beeldende kunst nadat ze al een andere loopbaan achter de rug had. Aan Sint-Lucas ontdekte ze al snel een grote voorliefde voor porselein, een materiaal dat haar aansprak omwille van de bijzondere tactiele kwaliteiten.

Eerst maakte ze vooral draaiwerk. Omdat het prepareren van klei voor draaien fysiek veeleisend is, klopte en kneedde ze vooraf haar klompen klei (om de luchtbellen te verdrijven).  Op een avond had ze een hele tafel vol klaargelegd, maar ze vergat alles met plastic af te dekken. De volgende ochtend bleek de klei te hard en te droog geworden om nog te gebruiken op de draaischijf. De achtergebleven klompen deden haar echter aan witte lichaamsdelen denken. Mogelijk speelde haar ziekenhuiservaring daarin mee. Ze sneed de harde klompen open en schraapte de nog zachte binnenkant eruit. De twee holle wanden kleefde ze met slib zorgvuldig weer aan elkaar. “Dat was het begin van mijn sculpturaal werk.” Vanaf dan ging ze bewuster rond organen en lichaamsfragmenten werken. “Ik maak in porselein mijn persoonlijke anatomie, direct en heel intuïtief.”

Zintuiglijk

Al meer dan dertig jaar werkt ze aan een reeks porseleinen sculpturen die ze in 1996 de naam “SENSORY” gaf. “Tot op vandaag heb ik geen titel gevonden die beter uitdrukt hoe je met de hand tastend en voelend vorm geeft, terwijl er signalen heen en weer gaan tussen vingertoppen en geest”, zegt ze.

“De manier waarop mijn keramisch werk tot stand komt, heeft alles te maken met de tactiele kwaliteiten van het materiaal porselein in relatie tot de hand”, vat ze kernachtig samen. “De handen zijn een soort mal waarin de kneedbare porseleinklei vorm krijgt.” (Ze illustreert het met een foto waarop te zien is hoe gips de negatieve ruimte tussen haar handen vult). (1) “Met droge handen wordt er geklopt en geslagen, met natte handen getrokken en gegleden. Uit de zachte witte massa ontstaan organische vormen die doen denken aan tentakels, aders of takken.” Het voorbeeld dat ze hierbij toont is een verfijnd wit porseleinen hart. (2) Onder het glazuur zijn de sporen van haar handen nog zichtbaar. Die afdruk van huid en vingers als een persoonlijke stempel is voor haar heel belangrijk. Ze benadrukt ook ‘het plezier van het maken’, waarbij al doende en heel intuïtief nieuwe dingen kunnen ontstaan. “Niet alles hoeft vooraf vast te liggen.”

Van keramiek en fotografie tot performances en installaties

Haar plezier in het aftastend maken verklaart wellicht ook iets van de verscheidenheid van haar werk. Naast keramiek maakt ze foto’s, mixed-mediawerk en installaties. Ook daar is het handenmotief nooit veraf. Tijdens een kunstresidentie in Canada maakte de Mexicaanse kunstenaar Gilberto Hernandez Aguilar ooit een geluidsperformance met “de klapgeluiden, het slaan, het plonsen van mijn handen in het water”, vertelt ze enthousiast. De foto’s van haar handen onder indigoblauwe verf (3), zijn dan weer ontstaan tijdens een project in Japan, waar ze kennismaakte met een duizend jaar oude textielverftechniek. Iemand omschreef haar praktijk ooit treffend als een “steeds groeiend laboratorium van ruimtelijke elementen en digitale beelden”. Zelf heeft ze het over haar oeuvre als een ‘totaalinstallatie’. “De sculpturen en ‘lichaamsfragmenten’ (ook in latex) verschijnen in steeds wisselende opstellingen afhankelijk van de ruimtes waarin ze terechtkomen”.

Handafdruk, sporen en herinnering

Om te laten zien hoe verschillend je met klei kunt werken, grijpt ze tijdens het gesprek spontaan naar een werk van haar man, kunstenaar Marnix Hoys, die een eigen werkruimte heeft in het atelier. (4) Met haar vingers volgt ze behoedzaam de draaisporen in de kraag van een blauwe vaas. Ze zijn als een herinnering aan zijn handen in het oppervlak voelbaar gebleven. De buik van de vaas heeft hij daarentegen egaal afgewerkt. Zelf werkt Trees de sporen bij draaiwerk meestal volledig weg. Maar bij sculpturaal werk behoudt ze graag de afdruk van haar hand zichtbaar onder de gekleurde glazuurlaag.

Ook in Navelknoot, een werk dat voortkwam uit een ander onderzoeksproject in Japan,  gaat het om de sporen die handen achterlaten. (5) Aan de basis van het werk ligt een traditionele Japanse techniek waarbij klei spiraalvormig wordt gekneed en geplooid. Dat ingewikkelde procedé vergt enorm veel oefening en vaardigheid. “De door een Japanse kunstenaar geknede en geplooide vorm van klei, in principe het begin van een nieuw werk, heb ik bewaard en geglazuurd. De knoop en plooi zijn beeld voor beweging.”

Tijdens de fotosessie ontstaat onverwacht een ontroerend beeld: een foto van twee handen die elkaar vasthouden, de ene van Trees, de andere van Marnix. “Onze handen doen dat vaak”, reageert  Trees. Uit haar antwoorden op onze vragenlijst zal nog verder blijken hoeveel betekenis ze aan dat intieme gebaar hecht.

Je favoriete handen in het leven?

Trees De Mits: “Dat zijn gewoon mijn eigen handen. Al vroeg besefte ik dat ik ‘handen aan mijn lijf’ had en dat ik met mijn vaardigheden vooruitkwam. Als manusje-van-alles kon ik makkelijk de handen uit de mouwen steken en dingen draaiende houden. Dat gaf me mentale weerbaarheid en zelfvertrouwen. Schrijven, bricoleren, knutselen en prutsen, zoals dat toen heette, waren manieren om mijn eigen universum te scheppen. Iets wat ik later als vrijheid ben gaan ervaren.”

Je favoriete handen in de kunst?

Trees De Mits: “Als ik echt één kunstwerk moet noemen, dan kies ik My Hands are My Heart  (6) van de Mexicaanse kunstenaar Gabriel Orozco. Het werk bestaat uit twee foto’s. Op de eerste houdt de kunstenaar zijn handen tegen elkaar, ter hoogte van zijn hart. Zijn vingers omsluiten iets wat nog verborgen blijft. Op de tweede foto zien we wat hij in zijn geopende handen vasthoudt: een klomp rode terracotta-klei die door de druk van zijn vingers de vorm van een hart heeft aangenomen.

Dat is voor mij nog altijd een van de mooiste voorbeelden van een imprint: de afdruk die de handen en vingers van de kunstenaar achterlaten in de klei. De handen zijn de mal. Het kleihart ontstaat in de lege ruimte tussen de handen. Het gebaar houdt voor mij zowel tonen als geven in. Het beeld heeft alles te maken met geheugen en herinnering.

In mijn digitale archief verzamelde ik een grote reeks werken van kunstenaars die handen schilderden, boetseerden, tekenden of fotografeerden. Onder meer Angel Vergara, Martin Assig, Hillebrand van Kampen, Lieve D’hondt, Dan Van Severen, Dirk Braeckman, Valérian Goalec, Kris Martin, Bruce Nauman, Louise Bourgeois, Joëlle Tuerlinckx, Picasso, Marcel Broodthaers, Renée Lorie, Neha Kudchadkar, Giovanni Anselmo, Lysandre Begijn, Maria Blondeel, Rose Wylie, Meret Oppenheim, Giuseppe Penone, Satoru Hoshino en Kazuo Shiraga.”

Je best herinnerde filmscène waarin handen voorkomen?

Trees De Mits: “Het best herinner ik me een scène uit In the Mood for Love van regisseur Wong Kar-wai. Een aarzelende vinger van Chow, heel even, bij een gat in de muur van een Cambodjaanse tempel. Dat ene moment was voor mij het meest aangrijpende en allesomvattende van de hele film.

Enkele seconden later zien we Chows twee magere handen, die het gefluister over zijn geheime liefde voor mevrouw Chan omsluiten, voordat hij zijn woorden toevertrouwt aan de opening in de muur.

Ook elders in de film drukken de handen van de acteurs verlangen uit, in het subtiele aanraken en weer loslaten. Brandende sigaretten tussen hun sensuele vingers vullen het doek met rook en een waas die, samen met de muziek en de zinnelijke handgebaren, bijdragen aan het uitgesproken sensuele karakter van deze film, waarin zo weinig wordt gezegd.”

Een boek of een mooi verhaal waarin handen voorkomen?

Trees De Mits: “Mijn lievelingscatalogus is L’Empreinte van Georges Didi-Huberman.(7) Ik kocht hem zelfs twee keer, naar aanleiding van de gelijknamige tentoonstelling in het Centre Pompidou in Parijs in 1997. Didi-Huberman, die de tentoonstelling samenstelde, onderzoekt hoe beelden ontstaan en welke relatie ze met het lichaam hebben. De lijfelijkheid blijft als een spoor achter. Zoals de imprint van de hand in de klei in het werk van Picasso op de cover. Volgens Didi-Huberman geef je vorm aan de afwezigheid. Ik zag de tentoonstelling in een periode waarin ik als kunstenaar bijna uitsluitend met porselein werkte. Daardoor voelde ik me sterk verbonden met het thema. Ik liep op wolken door dat gevoel van grote verwantschap.

Nog een mooi boek is Utsuwa Katachi. Japanese Ceramics and Forms van Tomoo Shoten. Het is een pleidooi voor handgemaakte gebruiksvoorwerpen. De auteur vergelijkt bepaalde houdingen van de handen met de vorm van een kom. Wanneer je je handen komvormig maakt, kun je bijvoorbeeld water uit een rivier scheppen. De komvormige handpalm biedt inzicht in de oorsprong van het Japanse woord utsuwa (komvorm), dat ook figuurlijk wordt gebruikt om een houding van nederigheid en dankbaarheid uit te drukken.”

Je favoriete handgebaar?

Trees De Mits: “Het snijden van een zelfgebakken taart door mijn man, Marnix Hoys.”

De kenmerken van je handschrift?

Trees De Mits: “Bij een verhuis vond ik onlangs een schrijf-oefenschriftje uit de lagere school terug, dat ik al die tijd had bewaard. Het viel me op dat elke bladzijde een afwisseling liet zien van schoonschrift en blokjes hanenpoten, om telkens weer af te sluiten met een stukje mooi en regelmatig schrift. Bij het bekijken ervan herinnerde ik me de tikken op mijn knokkels van de juf van het tweede leerjaar, en hoe ik verplicht werd de pen van mijn linker- naar mijn rechterhand te verplaatsen.”

Het ergste wat je handen ooit is overkomen?

Trees De Mits: “Tot nu toe bleef het gelukkig bij schrammen en gebroken pinken.”

Het vreemdste of zotste dat je ooit met je eigen handen gedaan hebt?

Trees De Mits: “Ik heb ooit met beide handen de uiteinden van het operatiehemd van een wildvreemde man vastgeklemd om te verhinderen dat hij uit het raam sprong. Ik werkte toen nog in een ziekenhuis, op de afdeling reanimatie en intensieve zorg. De man was verward door de verdoving, stond op de vensterbank van de hoogste verdieping en dreigde naar buiten te springen. Ik draaide vliegensvlug de twee uiteinden van zijn operatiehemd rond mijn handen en hield hem op die manier vast tot er voldoende hulp kwam om de patiënt weer naar binnen te trekken.”

Als je je handen mocht wisselen met die van een andere kunstenaar, wie zou dat zijn?

Trees De Mits: “Zonder pretentieus te willen zijn, houd ik graag mijn eigen handen. Als je van handen wisselt, wissel je immers ook van hoofd en ik houd graag mijn eigenzinnige gedachtewereld.”

Van welke levende kunstenaars zou je graag de handen eens kunnen vastnemen?

Trees De Mits: “Daar zit ik niet echt op te wachten. Handen hebben iets intiems. Ze vastnemen is voor mij iets heel vertrouwelijks. Dat is me opgevallen toen ik onlangs mijn moeder verloor. Ik merkte dat ik meer dan anders haar handen vasthield.”

Welke helden of heldinnen uit de kunstgeschiedenis draag je op handen?

Trees De Mits: “Ik draag het werk op handen van Tacita Dean, Marisa Merz, Louise Bourgeois, Eva Hesse, Kazuo Shiraga, Per Kirkeby, Fiona Tan, Martin Assig, Anna Maria Maiolino, Claude Cahun, Masao Yamamoto, Silvia Bächli. Dichter bij ons: Edith Dekyndt, Joëlle Tuerlinckx, Mark Manders, Babs Decruyenaere, Henk Visch, Dirk Braeckman en Dirk Zoete om er maar enkele te noemen.”

Iets waaraan je als kunstenaar je handen niet wil vuilmaken?

Trees De Mits: “Het politiek spel.”

Wanneer heb je laatst nog gefietst zonder handen?

Trees De Mits: “Heeeel lang geleden. Als oudste van zes had ik tijdens mijn jeugd op weg naar school altijd wel een broer of zus op het fietsstoeltje achterop mijn fiets. Een hels karwei, vooral op de landelijke wegeltjes waar je steevast in de modder wegzakte. Veel plezier in het fietsen heb ik er niet aan overgehouden. Sinds mijn twintigste bezit ik zelfs geen fiets meer. Een recente poging om met een huurfiets langs het water te rijden, liep niet goed af: een nogal snel galopperend paard kwam op het smalle paadje in tegengestelde richting op me afgestoven.”

Heb je een gat in je hand?

Trees De Mits: “Niet echt. Als ik al eens een gaatje in mijn hand krijg, komt dat meestal door boeken: vooral kunstboeken, maar ook andere literatuur, zoals Japanse romans. Daarnaast hou ik van bloemen en reizen, vooral naar mijn geliefde Japan.”

Iets waarvoor je wel eens een helpende hand zou wensen?

Trees De Mits: “De computer”.

Ben je wel eens zwaar op de hand?

Trees De Mits: “Ik heb een vrij negatief wereldbeeld op gebied van politiek en ecologie. Dat probeer ik in evenwicht te houden door me te voeden met literatuur en kunst. Ik bezoek graag tentoonstellingen om het werk en de evolutie van andere kunstenaars te volgen. Maar bovenal koester ik het verlangen om zelf werk te blijven maken. Hopelijk blijft die hunkering nog lang bestaan om de balans te bewaren en  positief te blijven.”

Om helemaal in schoonheid te eindigen: je favoriete citaten waarin handen voorkomen?

Trees De Mits: “Daarvoor duik ik graag in het werk van Rainer Maria Rilke, meer bepaald in De aantekeningen van Malte Laurids Brigge. Ik selecteerde enkele passages uit de Nederlandse vertaling:

“Maar die vrouw, die vrouw: ze was helemaal bij zichzelf naar binnen gevallen, voorover in haar handen (…). De vrouw schrok en kwam uit zichzelf naar boven, te snel, te heftig, zodat haar gezicht in de twee handen achterbleef. Ik kon het daarin zien liggen, in zijn holle vorm. Het kostte me een onbeschrijflijke inspanning om bij deze handen te blijven en niet te kijken wat zich er uit had losgescheurd (p.9)”.

“Wel is mijn boord schoon, mijn linnengoed ook, en ik zou, zoals ik nu ben, bij onverschillig welke bakker binnen kunnen gaan, en zou met mijn hand gerust naar een gebakschaal kunnen grijpen en er wat kunnen afpakken. Men zou daar niets bijzonders in zien en me niet uitschelden en de deur wijzen, want het is hoe dan ook een hand uit de betere kringen, een hand, die vier- tot vijfmaal per dag gewassen wordt. Ja, er zit niets onder de nagels, de schrijfvinger vertoont geen inktvlekken, en de polsen in het bijzonder zijn onberispelijk (p.31)”.

“Maar er zal een dag komen, waarop mijn hand ver van me verwijderd zal zijn, en als ik hem zal bevelen te schrijven, zal hij woorden schrijven die ik niet bedoel (p. 41)”.

“Anderen huilden, maar hij was vanbinnen vol blinkende tranen en perste alleen maar zijn koude handen ineen om het te verdragen (p.162)”.

 

Tekst: Chris Meplon, foto’s: Marleen Daniëls