Een mooie hand is een mooie sculptuur op zich
Interview met Gideon Kiefer
In 2019 schilderde Gideon Kiefer de meest dramatische hand in de kunstgeschiedenis. Althans, hij gaf het werk zelf die titel: “The Most Dramatic Hand in Art History”. Een zelfverzekerde knipoog naar Michelangelo? Een virtuoze vingeroefening? Een bewuste hyperbool? In ieder geval schept het hoge verwachtingen voor een gesprek over handen in de kunst. De kunstenaar heeft sinds 2019 niet stilgezeten, maar keert voor dit gesprek mee terug naar een eerdere fase, waarin opvallend veel handen in zijn werk opdoken.
Kiefer (°1970) volgde niet het klassieke parcours naar de schilderkunst. In een vorig leven werkte hij nog als illustrator voor onder meer Humo en Knack. Succesvol, dat zeker, maar niet helemaal waar hij naartoe wilde. “Eigenlijk wilde ik al vanaf mijn twaalfde kunstenaar zijn, toen ik voor het eerst het verhaal van Van Gogh hoorde”, vertelt hij. “Dat romantische idee, sterven voor de kunst, sprak enorm tot mijn verbeelding.”
Jaren later, in 2008, schudde een levensbedreigende ziekte zijn leven door elkaar. Hij werd hardhandig geconfronteerd met zijn sterfelijkheid en eindigheid. Daarop besloot hij resoluut om kunstenaar te worden. Vanaf die dag signeerde hij met het pseudoniem Gideon Kiefer, om zijn werk als kunstenaar los te koppelen van zijn verleden als illustrator.
“Ik heb lang niet durven zeggen dat ik kunstenaar was. Dat is voor mij een eretitel die je moet verdienen”, zegt hij. Die schroom was niet echt nodig. Met zijn fijne, gedetailleerde tekeningen op de binnenkant van oude boekenkaften, werd hij als kunstenaar meteen ernstig genomen. In 2019 waagde hij zich aan een verdere stap: hij begon te schilderen met olieverf, eerst op panelen en later ook op canvas.
Christushanden met de nagel er doorheen
In zijn eerste reeks olieverfschilderijen duiken opvallend veel handen op. Wat deed hem die keuze maken?
Gideon Kiefer: “Het was niet dat ik per se handen als thema of symboliek wilde kiezen. Ik zag het niet zozeer als een statement, maar eerder als een uitdaging voor mezelf. Ze zeggen altijd dat handen moeilijk zijn om te schilderen. Ik vind dat niet per se, ik vind alles moeilijk. Maar het is op de een of andere manier in mijn hoofd blijven hangen, en ik dacht: ik begin daar gewoon mee.”
De titel van de reeks, A Throwback to Ancient Times, It’s No Coincidence, zegt het bijna letterlijk: het is geen toeval dat hij teruggrijpt op het technische vakmanschap van oude meesters. Die sterke interesse dateert al van zijn kindertijd. Als kind bladerde Kiefer urenlang in de kunstboeken van zijn grootvader. Beelden uit de kunstgeschiedenis werden in zijn geheugen gegrift, nog voor hij wist wie de makers waren. “Neem een werk van Casper David Friedrich, ik wist altijd: dat schilderij staat in dat boek, op die plaats.” Die vroege beelden bleven hangen als herinnering, maar het was hem er niet om te doen ze zo waarheidsgetrouw mogelijk te reconstrueren, hij laat ze terugkeren in een vervormde, soms bevreemdende vorm.
Het was vooral de intensiteit, de wreedheid van de afbeeldingen, die hem als kind prikkelde. “De kunstgeschiedenis zit vol jongensachtige thematieken. Denk maar aan De dood van Marat (David) of De Vrijheid leidt het volk (Eugène Delacroix). Voor jongetjes van acht zijn dat spectaculaire taferelen om naar te kijken: veldslagen, revoluties, geweld. Er komt altijd wel een beetje bloed aan te pas.”
Hij vond het gruwelijke aspect van de kruisiging zo intrigerend dat hij als kind voortdurend Christushanden zat te tekenen, met de nagel erdoorheen. “Mijn ouders zeiden altijd: als er bloed aan te pas komt, is het goed.”
In de handen en andere ledematen die hij schildert, werken ook andere kunsthistorische referenties door. Zo verwijst hij naar de afgerukte ledematen van Théodore Géricault, die zijn studies voor Het vlot van de Medusa in een mortuarium maakte. “Dat blijft fascinerend.” In veel van zijn werk blijft die fascinatie voor het dramatische en het lijden van de mens voelbaar, maar het verschuift van expliciet geweld naar een meer onderhuidse spanning.
De expressie van handen
De nadrukkelijke aanwezigheid van handen heeft ook te maken met hun beeldende kracht: “In een schilderij sturen handen de blik. Ze geven richting, bepalen de houding, dragen de expressie. De nadruk ligt zelden op gezichtsuitdrukking in de klassieke schilderkunst. Adriaen Brouwer is een uitzondering, met zijn tronies vol emotie. Maar bij veel andere schilders blijven gezichten vrij neutraal. Dan worden handen essentieel om expressie over te brengen.”
Daarnaast ziet hij handen ook als autonome vormen.
“Een mooie hand is een mooie sculptuur op zich. Als je ze losmaakt van het lichaam, wordt ze het hoofdpersonage.”
Op de vraag of hij huidskleur (inkarnaat) speciaal moeilijk vond om te schilderen, antwoordt hij: “Als tekenaar werkte ik lange tijd met een beperkt palet van aardse tonen. De overstap naar olieverf bracht een nieuwe vrijheid. Kleur heeft mijn repertoire echt opengetrokken. Mensen denken bij huidskleur aan roze of wat rood, maar in handen zitten veel meer kleuren dan je zou verwachten.”
Herinnering en verbeelding
In de loop van ons meanderende gesprek wordt almaar iets duidelijker: zelfs de meest dramatische handen in het werk van Kiefer blijven ondergeschikt aan andere terugkerende motieven. Zijn idyllische jeugd in Neerpelt bijvoorbeeld. Of liever: zijn herinneringen daaraan. Een zekere nostalgie. Maar tegelijk ook het besef dat het geheugen niet betrouwbaar is. “Herinneringen mengen zich met fantasie, met wat je er achteraf in legt. Ik heb eens gelezen dat je elke keer dat je aan iets terugdenkt iets verandert. Na tien keer is alles volledig bijgekleurd zonder dat je het door hebt.” In zijn werk wordt dat proces zichtbaar: herinnering verschijnt niet als iets stabiels, maar als iets dat voortdurend evolueert en zichzelf tegenspreekt.
Als markant voorbeeld noemt hij een werk dat hij maakte voor een tentoonstelling over waarheid in het GUM (Gents Universiteitsmuseum). “Ik maakte ooit een tekening van een vaas die bij mijn grootmoeder aan de trap stond. De tekening heette: Memory of a green vase. Toen mijn nicht ze zag, zei ze: dat was helemaal geen groene vaas, ik heb ze geërfd, ze is wit. Ik heb dan de vaas laten namaken die ik in mijn hoofd had, om ze te tonen naast de vaas van mijn nicht. Nu bestaat de groene vaas dus wel. Ik vervals mijn verleden. Je kleurt alles uit het verleden en na een tijdje geloof je er zelf in.”
Die reflectie op herinneringen en de neiging om ze te mythologiseren spelen ook in zijn olieverfschilderijen mee. Zijn fijne schilderwerk sluit aan bij de traditie van de oude meesters, maar op het paneel verschijnen tegelijk schetslijnen, perspectieflijnen en persoonlijke notaties in de marge, als een visueel commentaar. Verschillende tijdslagen lopen door elkaar.
Hij bouwt op en ondergraaft gelijktijdig. De spanning tussen schoonheid en dreiging sluipt ook via details binnen, vaak zonder expliciet benoemd te worden. Zo verschijnen er regelmatig vogels in zijn schilderijen. “Ik gebruik vogels die hier tegen het raam vliegen. Ze vliegen zich te pletter tegen mijn huis. Door hier te wonen, dood ik dieren.” Hij leest het als een metafoor. “Dat is hoe wij als mens met de natuur omgaan. Bewust of onbewust zijn we ze constant aan het vernietigen.” Ook thema’s als de teloorgang van de natuurlijke leefomgeving en klimaatverandering vormen een blijvende onderstroom in zijn werk.
Je favoriete handen in het leven?
Gideon Kiefer: “De handen van mijn grootmoeder. Ze had van die grote knokkels en dikke aders. Ze droeg ook een mooie gouden ring met een edelsteen waaraan ze altijd zat te draaien. Die ring is later bij een diefstal verdwenen, maar dat draaien herinner ik me nog perfect. Mijn grootouders komen vaak terug in mijn werk. Hun huis ook. Ze zijn al lang dood, maar nog heel actief in mijn hoofd aanwezig.”
Je favoriete handen in de kunst?
Gideon Kiefer: “Een schilderij van Ilja Repin: Ivan de Verschrikkelijke en zijn zoon (1581) (1). De tsaar houdt zijn stervende zoon vast nadat hij hem in een woedeaanval de schedel heeft ingeslagen. Hij dekt de hoofdwonde af met zijn hand om het bloed te stelpen. Er zit bloed aan zijn hand. De houding van die hand heb ik nageschilderd met mijn eigen hand, waarin ik een steen vasthoud die een persoonlijke betekenis voor me heeft. (The Problem is that the Problem is Us) Zo voeg ik lagen toe.”
Je best herinnerde filmscène waarin handen voorkomen?
Gideon Kiefer: “Een paasfilm over de kruisiging van Jezus. De titel weet ik nu niet meer. Als kind speelde ik dat na met mijn vrienden. Ik vond het geweldig om Jezus te zijn en aan het kruis genageld te worden. Daar was niets religieus aan. Het was een rollenspel. Ook de tv-serie De Kat speelden we heel graag na. Ik woonde in een bos en omdat daar niets anders was, gebruikten we onze fantasie en verzonnen alles zelf. We haalden bij wijze van spreken een hele wereld uit een lege doos. Ik heb een heel mooie jeugd gehad, heel anders dan kinderen nu, vind ik.
Ik heb ooit een hele kruisweg getekend, maar daarin ging het mij vooral om de drapages die je in schilderijen van de kruisweg ziet, de plooival van toga’s en lendendoeken. In mijn kruisweg verwijzen die drapages naar afgedekte gletsjers in de Alpen. Dat levert mooie, dramatische beelden op, maar het is ook absurd. Alsof dat gaat helpen. Dat is ook mijn boodschap: ziedaar de mens, ecce homo, altijd bezig met too little too late.”
Een mooi verhaal waarin handen een rol spelen?
Gideon Kiefer: “Edward Scissorhands. Iemand die zijn handen niet kan gebruiken en toch op zoek is naar liefde. Het is als film geen absolute top, maar wel mooi als verhaal.”
Je favoriete handgebaar?
Gideon Kiefer: “In deze tijd zou ik zeggen: het vredesteken maken. Maar anders: mijn handtekening zetten. Dan is het werk af, dan komen er geen wijzigingen meer.”
Je favoriete handeling?
Gideon Kiefer: “Tekenen en schilderen. Zonder twijfel.”
De kenmerken van je handschrift?
Gideon Kiefer: “Ik schrijf meestal in drukletters, een beetje zoals mijn moeder. Maar ik heb daarin wel een eigen lettertype en kalligrafie ontwikkeld. Dat gaat nog terug op mijn strips: de tekstballonnen moeten in mooie letters geschreven worden. Als het snel moet gaan, gebruik ik het zogezegde aangeleerde handschrift. Dan wordt het superslordig en lijkt het dan weer op dat van mijn vader.”
Werk je ooit rechtstreeks met je handen?
Gideon Kiefer: “Dat heb ik nooit gedaan. Behalve misschien als kleuter.”
Het beste, zotste, vreemdste of moeilijkste dat je ooit met je handen gemaakt hebt?
Gideon Kiefer: “Mijn hele oeuvre. Met hoogte- en dieptepunten.”
Als je je handen mocht wisselen met die van een andere kunstenaar, wie zou dat zijn?
Gideon Kiefer: “Rembrandt, Velázquez of Lucian Freud, echt schilder-schilders. Puur om hun skill, hun technische beheersing. Maar ook Hergé, ook zijn skill is ongelooflijk.”
Van welke levende kunstenaars zou je graag de handen eens kunnen vastnemen?
Gideon Kiefer: “Dat heb ik niet. Dat neigt naar aanbidding. Het gaat mij om het werk, niet om de persoon erachter. Caravaggio was een moordenaar, Michael Jackson een pedofiel.”
Iets waaraan je als kunstenaar je handen niet wil vuilmaken?
Gideon Kiefer: “Commerce. Werk maken om te behagen. Dat heb ik als illustrator genoeg gedaan. Dat voelde als broodjes bakken.”
Wanneer fietste je voor het laatst zonder handen?
Gideon Kiefer: “Dat moet geleden zijn van toen ik nog in Neerpelt woonde. Kilometers lang op weg naar het college met mijn vrienden. Maar vanaf mijn 18 jaar woonde ik in de stad. Dan doe je dat niet meer. Dat gaat niet in de stad. Ik heb daarna nooit meer veel gefietst.”
Heb je een gat in je hand?
Gideon Kiefer: “Ja. Ik ben een slechte spaarder. Mijn vrouw ergert zich blauw omdat ik dingen koop zonder naar de prijs te kijken. Niet dat ik geld in overvloed heb, maar ik sta er niet bij stil.”
Iets waarvoor je een betere handleiding zou willen?
Gideon Kiefer: “Ik denk niet dat er iets is. Het leven is veel interessanter als je niet te veel uitleg krijgt en dingen zelf moet ontdekken. Jaap Kruithof, van wie ik ooit les kreeg op het RITZ, zei ooit: ‘Iedere generatie moet zelf ontdekken dat de wereld niet plat is’. Dat is me altijd bijgebleven. Hij had gelijk.
Ik heb mijn kinderen heel vrij gelaten. Ze mogen tegen de lamp lopen. Je leeft maar een keer. De meeste kinderen mogen nu niet meer buiten spelen, ze worden gefilmd, niets mag nog. Ik vind het een verschrikkelijke wereld waarin alles wordt geregeld en in de gaten gehouden. En iedereen met dat ding in zijn handen dat je ook continu afluistert en bekijkt.”
Ben je wel eens zwaar op de hand?
Gideon Kiefer: “Vroeger veel meer dan nu. Ik kon heel zwaar over dingen blijven discussiëren. Maar ik vond dat geen mooie eigenschap van mezelf en ben daarop beginnen letten.
Door wat ik heb meegemaakt, is het idee van sterfelijkheid altijd wel aanwezig. Ik dateer ook mijn werk met de datum die terugtelt in dagen tot aan de nacht van mijn operatie. Ik houd de tel bij door iedere dag een rood cijfer in mijn agenda te noteren. De notatie AD betekent normaal ‘Anno Domini’, maar voor mij is het ‘Aantal Dagen’. In het begin zei ik ‘After Death’, maar dat is niet juist, het was geen dood maar een geboorte. Ik heb nog altijd wel zorgen, maar ik zie het leven nu anders, als een cadeau dat ik heb gekregen. Dat relativeert veel. Het helpt om minder zwaar op de hand te zijn.”